Om een vlieger op te laten, begin je eerst met het kiezen van de juiste plek. Zoek een open plek zonder bomen, elektriciteitskabels of steile heuvels. Controleer of de vlieger stevig in elkaar zit en dat alle lijnen goed bevestigd zijn. Zorg dat je voldoende ruimte hebt, want een vlieger kan krachtig trekken. Houd de vlieger tegen de wind in en wacht tot er een lichte bries staat. Laat de vlieger langzaam omhoog gaan door de lijnen voorzichtig te laten vieren. Als de vlieger eenmaal in de lucht is, houd je de lijnen strak om hem stabiel te houden. Pas op dat je niet te veel lijn laat lopen, zodat de vlieger niet wegvliegt. Als de wind toeneemt, kun je de lijn iets laten vieren voor meer stabiliteit.
Blijf altijd alert op de omgeving en andere vliegers in de buurt. Het is handig om een helper te hebben die de lijnen vasthoudt of meewerkt. Als je de vlieger wilt laten landen, laat je de lijnen langzaam vieren en breng je de vlieger voorzichtig naar beneden. Zorg dat je niet te abrupt trekt, om schade te voorkomen. Bij het landen kun je de vlieger stevig vasthouden en de lijnen in je hand nemen. Controleer na het vliegen of alles nog heel is en bewaar de vlieger op een droge plek. Met wat oefening en geduld kun je steeds makkelijker je vlieger de lucht in krijgen en weer veilig laten landen.
|
|
|
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |

Blijf altijd op de hoogte van de mooie activiteiten, speciale evenementen en de nieuwste updates
